Vaklieden in carburateur systemen 

Autovisie: juni 2012: carburateur systemen   “IN HEEL EXTREME GEVALLEN KAN IK 30 TOT 40 PK WINNEN MET DE JUISTE AFSTELLING”, vertelt Jaap van Wuijckhuijse als college Walter zijn 36 jaar oude trots de testruimte van Speedcentre in rijdt. Hij heeft er vandaag mee ingestemd de (enige jaren geleden gerestaureerde) Alfa Romeo Alfetta 1.8 van onze artdirector onder handen te nemen om zijn specialisme te laten zien. En dat specialisme is tuning – niet altijd in de zin van opvoeren, maar ook van fijnzinnig afstellen van zowel oude als nieuwe motoren. Aan de muur van het kantoor boven de werkplaats hangen tientallen foto’s van de meest uiteenlopende auto’s op de rollenbank, die hij in 1995 eigenhandig bouwde. Een dikke map herbergt een nog grotere verzameling patiënten. Van pas gerestaureeerde Bentley Blower tot Formule-auto, van heinde en ver kloppen particulieren en raceteams bij hem aan. Maar ook dealers en zelfs importeurs met mysterieuze motorproblemen bij gloednieuwe auto’s. Zelfs de KLPD kwam eens bij hem terecht omdat de pas aangeschafte Opels Vectra 3.2 V6 GTS niet de opgegeven topsnelheid en het verbruik haalden. Na een bezoek aan Speedcentre liepen de auto’s geen 218 meer maar 265 km/h en was het brandstofverbruik op topsnelheid gedaald van1 op 2 naar 1 op 5. Dankzij zijn jarenlange ervaring in de racerij, liefde voor de techniek en de juiste apparatuur weet hij zo goed als elke auto optimaal af te stellen. Ook die met de meest complexe carburateursystemen.  “Met de lambdasonde (die bij injectieauto’s de terugkoppeling vormt voor de inspuiting,AM) die ik achter in de uitlaat plaats, kan ik heel precies de lucht/brandstof-verhouding meten. Vandaar dat ik de carburateur veel preciezer kan afstellen dan de fabriek ooit zelf kon. Destijds moest men gewoon een stukje gaan rijden en meer op gevoel werken.”   STAPSGEWIJS 1. “Als je niet smeet, kun je net zo goed bier gaan drinken, want dan krijg je ook hoofdpijn”, luidt Jaaps adagium, dus begint hij met een meting op de rollenbank. Het resultaat is 99 pk en 141 Nm. Niet slecht, maar dat kan vast beter. 2. Vervolgens checkt hij of de gaskleppen van beide Dell Orto’s wel helemaal opengaan. Jaap maakte mee dat mensen zich rot hadden gezocht naar een oplossing en daarbij voorbijgingen aan een verkeerd afgestelde gaskabel of een te dik tapijt dat de maximale uitslag van het pedaal verhindert. 3. Hij schroeft de dekseltjes van de carburateurs om bij de sproeiers te komen, die uit drie onderdelen bestaan; de emulsiebuis, een hoofd- en een remluchtsproeier. Met een op maat gemaakte schroevendraaier draait hij ze uit de carburateur. 4. De opening van de hoofdsproeier is momenteel 1,45 millimeter, maar Jaap pakt uit een lade een sproeierkopje van 1,50 mm, voor iets betere benzinetoevoer. De remluchtsproeier moet zodoende een kleinere boring hebben en die wijzigt dus van 2,10 naar 1,80 mm. Normaliter verander je de hoofd- en remsproeiers na elkaar, maar na 40 jaar ervaring doet Jaap het in 1 keer. Na een meting kiest hij echter toch voor een remsproeier van 2,00 mm. En kijk aan: het vermogen zit op 103 pk. 5. Nu vermoedt hij echter dat de ontsteking ook kan worden geoptimaliseerd. “Een mengsel moet immers op het juiste moment ontbranden.” Hij stelt de ontsteking eerst iets later af, zodat je in elk geval niet het risico loopt op verbrande kleppen. Het bedroevende resultaat is 100 pk. De timing blijkt vrij goed, dus zet hij de ontsteking juist iets vroeger. In de roos, want het gevolg is 104,2 pk en 146 Nm. 6. Rest het afstellen van het stationair toerental met behulp van een set vacuümmeters; voor elke cilinder 1, die alle vier 0,4 bar aan moeten geven. De viercilinder bleek al heel aardig afgesteld, maar de vijf pk’s zijn mooi meegenomen, de 1.8 klimt mooier in zijn toeren en hij draait rustiger stationair.  DE CARBURATEUR … is een buis met vlinderklep waarin benzine wordt vergast en met lucht wordt vermengd. Door een vernauwing in de buis (de venturi) gaat de aangezogen lucht sneller stromen en op de plek waar de doorgang het kleinst is, zit een gaatje waaraan die lucht begint te zuigen: het venturi - effect. Op het gaatje zit een buisje waruit de benzine komt. Gaatjes in dit buisje zuigen buitenlucht (‘remlucht’) aan die zich vermengt met de benzine, zodat ragfijne druppels ontstaan en relatief minder benzine wordt aangezogen. Dat voorkomt een te rijk mengsel bij vollast. Dit soort slimme oplossingen (ook voor de koude start en zwaardere belasting) maken carburateur systemen complex en lastig af te stellen.
Speedcentre's vermogenstestbank de oplossing vor al uw problemen met klassiekers!
HOME
GALERIE
tel: 0345684477